Productiviteit
Grip op je energie
Waarom energie plannen belangrijker is dan tijd plannen
Emma Op den Kamp · Business Contact · 2026 · 224 pagina's
Bespreking door Erik van der Veen · Gepubliceerd

Partnerlink. Jij betaalt niets extra.
In het kort
In Grip op je energie draait organisatiepsycholoog Emma Op den Kamp (UvA) de klassieke productiviteitsvraag om: je agenda kan tot op de minuut kloppen, terwijl je aan het einde van de dag toch leeg bent. Op basis van haar academische werk over Proactive Vitality Management laat ze zien hoe je energie meetbaar maakt, herkent wanneer je hem verspilt en hem systematisch terugwint, met een sterke lepel-metafoor als centrale rekeneenheid.
Ons oordeel in het kort
- Beoordeling
- 8.0/10
- Beste voor
- Managers en professionals die goed plannen maar toch structureel uitgeput thuiskomen
- Sla over als
- Lezers die op zoek zijn naar een klassiek timemanagement-boek met to-do-lijstjes en agendatechniek
De kern
"Tijd is niet de bottleneck van moderne professionals, energie is dat. Wie zijn energie leert plannen zoals hij zijn agenda plant, houdt aan het einde van elke dag genoeg over voor de dingen die er werkelijk toe doen."
De belangrijkste lessen
- 1
Plan je energie zoals je je tijd plant
De meeste professionals plannen hun agenda tot op de minuut, maar houden geen enkel bijhoudsysteem voor wat elk blok hen aan energie kost of oplevert. Dat verklaart waarom een 'volle maar goed geplande dag' vaak eindigt met een leeg accu-gevoel: je hebt tijd gebudgetteerd, geen energie.
- 2
Denk in lepels, niet in uren
Op den Kamp leent de lepel-metafoor uit de chronische-ziekte-literatuur en maakt hem breed toepasbaar. Elke dag heb je een eindig aantal lepels aan mentale en fysieke energie. Sommige taken kosten er één, andere vijf, en sommige zeldzame taken leveren er zelfs een op. Wie de kosten kent, kiest anders.
- 3
Herken je energielekken voordat je je energiebronnen zoekt
De reflex is om te vragen 'wat geeft mij energie?', maar het effectiefst is om eerst de lekken te dichten. Onduidelijke agenda's, onnodige vergaderingen, overhandigde beslissingen, half-af werk: dat zijn de zaken die je onbewust urenlang blijven kosten.
- 4
Proactieve vitaliteit is een vaardigheid, geen karaktertrek
Sommige mensen lijken van nature energieker. Op den Kamps onderzoek laat zien dat het grotendeels aangeleerd gedrag is, meetbaar als Proactive Vitality Management (PVM), en trainbaar met concrete gewoontes rond slaap, beweging, sociale interactie en cognitieve pauzes.
- 5
Herstel is werk, geen luxe
Micro-herstel (twee minuten adempauze), meso-herstel (een echte lunchbreak) en macro-herstel (een weekend zonder werk in het achterhoofd) zijn niet drie versies van hetzelfde, ze vullen andere accu's. Wie alleen macro-herstel plant, blijft doordeweeks alsnog leeglopen.
- 6
Energie is besmettelijk, in beide richtingen
Teams delen niet alleen agenda's maar ook energieniveaus. Eén chronisch uitgeput teamlid trekt de rest mee, en één iemand met heldere prioriteiten en zichtbare pauzes doet dat andersom. Leidinggevenden zetten het toon voor het team-energiepeil, of ze het willen of niet.
- 7
Beslis kleiner om beter te herstellen
Beslissingsmoeheid is een van de grootste onzichtbare energieroofdieren. Wie zijn dag begint met kleine keuzes (wat trek ik aan, waar eet ik) heeft aan het eind minder cognitief geld om grote beslissingen te nemen. Kleine keuzes automatiseren betekent grote keuzes ruimte geven.
Waar gaat dit boek over?
We plannen onze agenda tot op de minuut. We werken met tijdblokken, deadlines en to-do-lijsten. En toch eindigen te veel professionele dagen met eenzelfde signaal: het lampje op oranje, geen zin meer om iets voor jezelf te doen, en het gevoel dat er tijd verloren is gegaan zonder dat je precies kunt zeggen waaraan.
Grip op je energie van organisatiepsycholoog Emma Op den Kamp start met de simpele stelling dat we het verkeerde middel meten. Tijd is meetbaar en dus lekker plan-baar, maar tijd is niet de grondstof waaruit werk wordt gemaakt. Die grondstof heet energie, en die is bij de meeste mensen niet in kaart gebracht, laat staan gebudgetteerd. Op den Kamp brengt die energie in beeld met een eenvoudige en verrassend krachtige metafoor: lepels. Elke dag heb je er een eindig aantal. Elke taak kost er een aantal. Wie zijn lepels kent, plant anders.
Achter die toegankelijke metafoor zit stevig academisch werk. Op den Kamp promoveerde op wat zij en collega's Proactive Vitality Management noemen: het proactief bijhouden en bijsturen van je eigen fysieke en mentale energie in werkcontext. Haar boek vertaalt dat onderzoek naar de dagelijkse praktijk van managers, professionals en teams.
Over de auteur
Dr. Emma Op den Kamp is universitair docent aan de Amsterdam Business School van de Universiteit van Amsterdam, in de sectie Leiderschap & Management. Ze onderzoekt hoe mensen hun fysieke en mentale energie beheren, gemotiveerd blijven en creatief kunnen presteren zonder daarbij op te branden. Haar academische werk verscheen onder meer in Gedrag en Organisatie en in internationale organisatiepsychologische tijdschriften, en ze ontwikkelde met collega's de Proactive Vitality Management (PVM) scale waarmee dat gedrag empirisch meetbaar wordt.
Dat academisch fundament kleurt haar toon. Ze gaat de anekdote niet uit de weg, maar elke claim heeft een onderzoeksbron. Waar veel populair-wetenschappelijke Nederlandse productiviteitsliteratuur leunt op selfhelp of ervaringsdeskundigheid, leunt Op den Kamp op longitudinale studies, dagboekonderzoek en interventies binnen echte organisaties.
De kern: van tijd naar lepels
De centrale herkadering van het boek is dat je niet je uren, maar je lepels moet bijhouden. De metafoor komt oorspronkelijk uit de chronische-ziekte-literatuur (waar mensen met bijvoorbeeld MS of lupus letterlijk lepels tellen om hun dag door te komen), en Op den Kamp maakt hem breder toepasbaar zonder de oorsprong te verdoezelen.
De lepels-oefening in de kern is deze:
- Schat aan het begin van de dag hoeveel lepels je hebt. Een gemiddelde volle dag zit meestal rond 20 lepels. Een gebroken nacht, een emotionele week, een verkoudheid, dat halveert dat getal makkelijk.
- Schat vooraf wat de items in je agenda kosten. Een uur diep denkwerk: 3 lepels. Een vergadering met een lastige stakeholder: 5. Een meeting waar je alleen hoeft aan te haken: 1. Een presentatie voor het directieteam: 6.
- Tel op. Blijkt de dag 25 lepels te kosten en heb je er 18, dan is er niets mis met jouw agenda, er is iets mis met de aanname dat hij haalbaar is.
- Kies waar je die 7 lepels vandaan haalt of waar je hem eruit haalt. Niet iedere lepel is her-onderhandelbaar, maar veel meer dan mensen denken.
Het effect van deze oefening is niet dat je een perfecte accountantsbalans van je energie krijgt. Het effect is dat je een taal ontwikkelt om iets bespreekbaar te maken wat anders in stilte gebeurt: dat je niet altijd genoeg hebt, dat sommige combinaties gewoon niet werken, en dat een goedbedoelde "kunnen we het snel nog even doen?" van een collega een echte prijs heeft.
De zeven lessen uitgewerkt
Les 1, Plan je energie zoals je je tijd plant
De onbewuste aanname van de moderne kantoorwerker is dat energie zichzelf oplost. Je hebt een agenda, dus je hebt planning. Wat de agenda niet toont is de energetische opbouw: welk moment van de dag ben je scherp, wanneer stort je in, welke opeenvolging is gewoon killing.
Op den Kamp adviseert een energie-log van twee weken: elke twee tot drie uur schrijf je op een schaal van 1 tot 10 op hoeveel energie je hebt. Aan het eind van twee weken zie je je eigen patronen. De meeste mensen ontdekken dan iets wat ze al vaag wisten: 11.00 uur is het scherpste moment, na de lunch stort de aandacht in, en rond 15.30 zit er nog één kleine piek in.
Wie die kaart heeft, kan zijn werk anders indelen. Diep denkwerk voor 11.00. Overleg na de lunch. Administratieve klussen om 16.00. Dat lijkt banaal, en het is ook banaal, maar de meeste agenda's zijn precies verkeerd om ingedeeld omdat we op tijd plannen en niet op capaciteit.
Les 2, Denk in lepels, niet in uren
De lepel-metafoor is niet zomaar een leuke uitdrukking, hij lost een specifiek probleem op: hoe communiceer je iets wat je niet ziet?. Energie is onzichtbaar, individueel en cultuurgevoelig. In veel Nederlandse werkculturen mag je best zeggen "ik heb geen tijd", maar bijna niet "ik heb geen fut". Fut heb je te maken, of niet, dat is jouw probleem.
Door met een neutraal woord (lepels) een neutrale rekeneenheid te introduceren, ontstaat een gespreksregister waarin je iets kwetsbaars zakelijk kunt zeggen. "Ik heb vanmiddag nog drie lepels, en ik moet de klantcall nog doen, dus de brainstorm zou ik graag verplaatsen." Dat is geen zwakte, dat is planning.
Oefening. Introduceer het woord één week in je eigen team. Merk op wie het overneemt en wie er over struikelt. De reactie zegt iets over de energie-cultuur van je team.
Les 3, Herken je energielekken
De reflex bij vermoeidheid is de vraag "waar krijg ik energie van?". Op den Kamps onderzoek suggereert dat de eerste vraag beter een andere kan zijn: waar lekt hij weg?. Energiebronnen aanvullen kost moeite; lekken dichten kost vaak alleen een keuze.
Vijf veelvoorkomende lekken die het boek uitwerkt:
- Onduidelijke agenda's. Een vergadering zonder helder doel kost dubbel: het uur van de vergadering plus het uur nadat je niet weet wat er is besloten.
- Half-af werk. Een taak die je vijfmaal per dag half oppakt en weer neerlegt kost meer dan één keer helemaal doen, ook al voelt het lichter.
- Onopgeloste beslissingen. Een keuze die je vooruitschuift blijft op de achtergrond meedraaien en tapt onbewust cognitief geld af.
- Contextswitches. Elke sprong tussen taakvormen (mail, deep work, telefoon, mail) kost een lepel die niet in de agenda staat.
- Bandbreedte-vretende relaties. Eén collega, klant of familielid die telkens ongestructureerd bij je binnenkomt met een probleem, kost meer dan hij in een agenda-item zou passen.
De sleutelvraag. Als je aan het einde van de dag leeg bent, wat vulde jouw dag dat er niet in een agenda-item zat?
Les 4, Proactieve vitaliteit is een vaardigheid
Dit is de plek waar Op den Kamps academische werk het meest zichtbaar wordt. Proactive Vitality Management is haar term voor de bewuste, doelgerichte handelingen die mensen ondernemen om hun eigen energie op peil te houden: op tijd naar bed, tussen door bewegen, sociale contacten onderhouden, kleine hersteldingen inbouwen.
De cruciale bevinding uit haar onderzoek: dit is meetbaar. Mensen die hoog scoren op PVM presteren beter, ervaren minder burnout-symptomen en zijn creatiever, ook als je controleert voor werkdruk, persoonlijkheid en functieniveau. Het is geen kwestie van geluk of karakter, het is trainbaar gedrag.
Zeven gewoontes die het boek als PVM-kern identificeert:
- Bewust minimaal één rustmoment per dagdeel plannen
- Bewegen niet als sportprestatie maar als energiestrategie
- Slaapregelmaat als niet-onderhandelbaar minimum
- Aandacht voor voeding op werk (niet doorwerken door de lunch)
- Onderhouden van ten minste één sociale relatie buiten werk
- Regelmatig contact met iets buiten je kantoor (natuur, muziek, hobby)
- Explicite hersteldagen, geen taak-inhaaldagen
Geen hiervan is een openbaring; de bijdrage van het boek is dat het ze samenvat als één samenhangend vaardigheidsdomein, niet als losse tips.
Les 5, Herstel is werk, geen luxe
Een van de meest ondergewaardeerde inzichten in het boek: er zijn drie verschillende soorten herstel, en ze vullen andere accu's aan.
- Micro-herstel (30 seconden tot 5 minuten): een echte adempauze tussen twee vergaderingen, even opstaan, naar buiten kijken. Vult acute mentale capaciteit aan.
- Meso-herstel (30-60 minuten): een echte lunchbreak, een korte wandeling, geen scherm. Vult je middagcapaciteit aan.
- Macro-herstel (weekenden, vakanties, langere pauzes): losraken van de werkgedachte zelf. Vult je langere-termijn creativiteit en veerkracht aan.
De klassieke fout van de goedbedoelende hardwerker is om alleen te vertrouwen op macro-herstel: "in de vakantie kom ik wel bij". Op den Kamp laat zien dat wie doordeweeks geen micro- en meso-herstel inbouwt, in vakantie eerst een week nodig heeft om überhaupt tot rust te komen, en pas in de tweede week echt oplaadt. Zonde van twee weken vakantie voor iemand die twee weken heeft.
Les 6, Energie is besmettelijk
Teams zijn energetische systemen. Wie iemand tegenkomt die zichtbaar leeg is, verliest zelf ook een lepel; wie iemand tegenkomt die scherp en aanwezig is, wint er misschien een. Dat klinkt zweverig, maar het is een goed gedocumenteerd fenomeen in de organisatiepsychologie (emotional contagion).
Wat dat voor leidinggevenden betekent, is oncomfortabel maar helder: je energiepeil is niet privé. Als je chronisch uitgeput in vergaderingen zit, drukt dat het team-energiepeil. Als je bewust pauzeert, hardop een lepel-argument maakt of grenzen laat zien, geeft dat het team toestemming om dat ook te doen.
Concrete gedragingen die het boek noemt voor leidinggevenden:
- Deel af en toe zichtbaar dat je een taak verplaatst omdat de energie er niet is
- Vraag in check-ins niet alleen naar status, maar ook naar accu-niveau
- Maak lunchen zonder scherm de norm door het zelf te doen
- Beloon output, niet aanwezigheid, en toon dat door zelf uit te loggen
Les 7, Beslis kleiner om beter te herstellen
Beslissingsmoeheid (decision fatigue) is een grote maar onzichtbare kostenpost. Elke keuze, hoe klein ook, tapt van hetzelfde cognitieve reservoir waaruit ook je grote strategische keuzes komen. Wie zijn dag begint met tien kleine keuzes, heeft aan het eind minder capaciteit voor één grote.
De oplossing is contra-intuïtief: maak kleine keuzes kleiner, niet groter. Standaardiseer wat je aandoet, wat je eet, wanneer je sport, hoe je je e-mails opent. Niet omdat het leven daarvan leuker wordt, maar omdat het je vrijmaakt voor de weinige keuzes waar het écht om gaat.
Oefening. Kies één kleine dagelijkse beslissing die je vanaf morgen automatiseert (dezelfde ontbijt-optie, dezelfde route, dezelfde tijd voor mail-check). Meet aan het einde van de week of je je aan het einde van de dag anders voelt.
Vier praktische scenario's
Scenario 1, De agenda-audit voor jezelf
Je hebt structureel het gevoel dat je dagen te vol zijn, maar je kunt niet uitleggen waarom. De klassieke aanpak zou zijn om je agenda te herschikken. Op den Kamps aanpak: doe een energie-audit, geen tijdsaudit.
Ga twee weken terug in je agenda. Zet naast elk blok een schatting hoeveel lepels het je kostte. Groepeer daarna niet op categorie (werk, privé, sport) maar op energetisch profiel: kostbaar en gaf niks, kostbaar en gaf iets, licht en gaf iets. Wat je meestal ziet: één of twee terugkerende blokken zijn stelselmatig kostbaar-en-gaf-niks. Dat zijn je grootste ingrepen.
Scenario 2, De team-conversatie
Je merkt dat je team in oktober zichtbaar leger loopt dan in september. Iedereen doet zijn werk, maar het licht gaat uit. Op den Kamps aanpak: maak energie een agenda-onderwerp.
Introduceer in de eerstvolgende teammeeting één vraag: "op een schaal van 1 tot 10, hoeveel energie heeft iedereen op dit moment gemiddeld aan het eind van de dag?". Geen analyse, geen actie, alleen benoemen. In veel teams is het eerste wat je krijgt een lange stilte, gevolgd door lagere getallen dan iedereen dacht. Dat gesprek zelf is al de interventie.
Volgende stap: introduceer het lepel-vocabulaire in de weekplanning. "Dit sprint-doel kost het team ongeveer 80 lepels, en jullie hebben er samen 60, dus wat gaat eruit?". Dat verandert de manier waarop capaciteit besproken wordt, van gevoel naar rekeneenheid.
Scenario 3, De hersteldag die geen inhaaldag wordt
Je hebt een zaterdag zonder verplichtingen. Twee scripts strijden: het klassieke script ("dan haal ik het huishouden, de administratie en die twee klussen in") en het herstelscript ("vandaag doe ik niks van moeten"). De meeste mensen kiezen half-half en eindigen ontevreden op allebei.
Op den Kamps advies is scherper: kies vooraf. Een echte hersteldag is een dag zonder taken, zonder inbox, en zonder productiviteitscriterium. Een inhaaldag is een dag met een concreet doel. Beide zijn legitiem. Wat niet werkt is de tussenvorm, want dan doe je taken met een half schuldgevoel dat je zou moeten rusten, en rust je met een half schuldgevoel dat je iets zou moeten doen.
Scenario 4, De omgang met de energievretende collega
Er is één persoon in je team of netwerk die stelselmatig energie kost, niet door slecht werk, maar door de manier waarop hij bij je binnenkomt: onvoorbereid, uitgebreid, emotioneel. De vraag is niet hoe je van hem afkomt, maar hoe je de kosten beheersbaar houdt.
Het boek biedt hier een concreet raamwerk: container-conversaties. Spreek af dat gesprekken met deze persoon niet meer ongestructureerd binnenkomen maar in vaste blokken plaatsvinden. Vraag vooraf om een vraag op één regel. Zet een tijdslimiet. Dat lijkt bureaucratisch, maar het spaart lepels aan beide kanten: hij krijgt scherpere hulp, jij levert die met kortere reactietijd.
Waar het boek origineel is (en waar het overlapt)
Het boek staat in een gevuld genre. Cal Newport heeft Slow Productivity, Ali Abdaal heeft Feel-Good Productivity, Jim Loehr en Tony Schwartz hebben al in 2003 The Power of Full Engagement geschreven. Wie die kent, herkent bij Op den Kamp veel principes: minder tegelijk doen, energiegolven benutten, herstel serieus nemen.
Wat maakt dit boek dan de moeite waard?
Ten eerste, de academische basis. Waar de meeste populair-wetenschappelijke productiviteitsboeken leunen op anekdotes en zelfreflectie, leunt Op den Kamp op eigen empirisch onderzoek naar PVM. Dat geeft de aanbevelingen een steviger fundament dan een gemiddelde selfhelp-titel.
Ten tweede, de Nederlandse context. Voorbeelden komen uit Nederlandse werkvloeren: het kantoor met vaste vrije middag, de zorgorganisatie met roosters, de scale-up met sprints. Dat verlaagt de vertaalafstand voor Nederlandse lezers.
Ten derde, de lepel-metafoor als gedeelde taal. Waar Newport en Abdaal individuele lezers toespreken, geeft Op den Kamp expliciet een vocabulaire dat je met een team kunt delen. Dat is het meest onderscheidende element van het boek, en waarschijnlijk de reden dat het buiten selfhelp-cirkels ook bij HR- en leiderschapsprogramma's zal landen.
Vergelijking met andere boeken
| Wat zoek je? | Pak dit boek |
|---|---|
| Wetenschappelijk gefundeerde NL-gids voor energie-management | Grip op je energie |
| Cultuurkritisch pleidooi voor traag en diep werk | Slow Productivity (Newport) |
| Selfhelp-productiviteit vanuit plezier | Feel-Good Productivity (Abdaal) |
| Corporate raamwerk voor atleten-mindset | The Power of Full Engagement |
| Focus- en aandachtstraining | Aandacht in een afleidingsmaatschappij (Tigchelaar) |
| Werkweek-optimalisatie voor de Nederlandse praktijk | Werkweek voor winnaars (Steenman) |
Sterke punten
De grootste kracht van Grip op je energie is dat het een individueel en een teamboek tegelijk is. De meeste productiviteitsboeken richten zich op één lezer die zichzelf moet fixen; Op den Kamp levert een raamwerk waar je in je eentje mee aan de slag kunt, maar dat pas ten volle rendeert als je team het samen gaat gebruiken. Dat maakt het bruikbaar voor HR-programma's, leidinggeef-cursussen en interne trainingen zonder dat het gekunsteld wordt.
Daarnaast: de academische onderbouwing is echt, geen decoratie. Op den Kamps eigen werk aan de UvA is peer reviewed, en de aanbevelingen in het boek zijn traceerbaar naar dat werk. In een genre dat overspoeld wordt met loze zelfhulp is dat een verademing.
Zwakke punten
De lepel-metafoor is krachtig, en wordt daar en daar iets te uitgemolken. Er komt een moment in het boek waarop lezers denken "ja, ik snap het idee, kunnen we door". Ook is de originaliteit ten opzichte van vergelijkbare internationale titels beperkt: veel principes staan hier of daar al beschreven. Wat dit boek uniek maakt is de synthese en de Nederlandse toepassing, niet een fundamenteel nieuwe theorie.
Ten slotte: voor organisatiebrede verandering biedt het boek richting, geen dichtgetimmerd verandertraject. Een HR-directeur die dit boek leest krijgt een vocabulaire en een set inzichten mee, maar zal het combineren met concrete interventietrajecten van elders.
Mijn oordeel
Grip op je energie is een van de scherpere Nederlandse productiviteitsboeken van 2026, en dat komt vooral omdat Emma Op den Kamp niet doet alsof productiviteit een agendaprobleem is. Ze legt de vinger op iets wat elke professional herkent maar zelden benoemt: het is niet dat je te weinig tijd hebt, het is dat je te weinig energie hebt om te doen wat er in de tijd staat.
De grootste verdienste is de brug tussen wetenschap en werkvloer. Op den Kamps academische werk over Proactive Vitality Management had ook een puur wetenschappelijk boek kunnen worden dat weinigen zouden lezen. Ze heeft gekozen voor een populair-wetenschappelijke uitwerking met een gemeenschappelijke taal (lepels) die management-teams en HR-afdelingen daadwerkelijk kunnen gebruiken. Dat is een grotere prestatie dan het lijkt.
Koop dit boek als…
- Je een goede planner bent maar structureel leeg thuiskomt
- Je leiding geeft aan kenniswerkers en ziet dat je team wel productief is maar niet duurzaam
- Je HR-programma's ontwerpt en zoekt naar een gemeenschappelijke taal om vitaliteit bespreekbaar te maken
- Je Slow Productivity van Newport of Feel-Good Productivity van Abdaal las en wilt een Nederlandse, wetenschappelijk gefundeerde tegenhanger
- Je een boek zoekt dat je zowel individueel als in teamverband kunt gebruiken
Sla dit boek over als…
- Je een klassiek timemanagement-boek zoekt met agenda-technieken en to-do-systemen
- Je in acute burn-out zit en professionele begeleiding nodig hebt; combineer dat en pak dit boek pas voor de terugkeerfase
- Je bezwaar hebt tegen populair-wetenschappelijke stijl en liever meteen naar peer-reviewed artikelen gaat, lees dan Op den Kamps academische werk in Journal of Occupational Health Psychology
- Je al drie of vier internationale productiviteitsboeken hebt gelezen en de conceptuele overlap zou storen
Eindscore
| Criterium | Score |
|---|---|
| Praktische toepasbaarheid | 9/10 |
| Leesbaarheid | 8/10 |
| Originaliteit | 7/10 |
| Geschikt voor beginners | 8/10 |
| Algeheel oordeel | 8/10 |
Een boek dat één belangrijke herkadering scherp neerzet: agenda is niet capaciteit, tijd is niet energie, en wie zijn lepels leert tellen plant zijn werk anders. Voor een sector die kreunt onder toenemende werkdruk en tegelijk vergrijzende teams is dat geen esoterisch thema, maar de kern van houdbaar werk.
Transparantie: Deze bespreking is geschreven op basis van openbare uitgeversinformatie (Business Contact), Op den Kamps academische publicaties over Proactive Vitality Management via de Universiteit van Amsterdam, en publieke recensies rond de boekpublicatie in augustus 2026. Specifieke concepten (lepel-metafoor als centrale rekeneenheid, PVM-scale, drie soorten herstel) zijn aan het boek en Op den Kamps onderzoek toe te schrijven. Uitgewerkte scenario's, oefeningen en de vergelijkingstabel zijn onze eigen vertaling van de principes naar de praktijk.
Wel geschikt voor
- : Managers en professionals die goed plannen maar toch structureel uitgeput thuiskomen
- : Kenniswerkers die veel vergaderen en weinig maakruimte overhouden
- : Leidinggevenden die hun team willen helpen duurzaam te presteren zonder burn-out
- : Zzp'ers en ondernemers voor wie output direct afhankelijk is van eigen vitaliteit
- : Iedereen die het gevoel heeft dat hardere planning het probleem niet meer oplost
Minder geschikt voor
- : Lezers die op zoek zijn naar een klassiek timemanagement-boek met to-do-lijstjes en agendatechniek
- : Wie een medisch of therapeutisch werk verwacht over chronische vermoeidheid of burn-out-herstel
- : Managers die eerst hun basisplanning nog op orde moeten krijgen, begin dan bij Newport of Allen
- : Lezers met een allergie voor academisch onderbouwde populair-wetenschappelijke stijl
Sterke punten
- + Ferme wetenschappelijke basis vanuit Op den Kamps eigen onderzoek naar Proactive Vitality Management aan de UvA
- + De lepel-metafoor maakt energie meetbaar en bespreekbaar op een manier die concrete beslissingen mogelijk maakt
- + Nederlandse setting en voorbeelden, herkenbaar voor de kantoor- en zorgpraktijk
- + Combineert individuele tips met inzichten voor teams en leidinggevenden
Zwakke punten
- − Wie boeken als Cal Newports Slow Productivity of Ali Abdaals Feel-Good Productivity kent, herkent veel van de onderliggende principes
- − De lepel-metafoor is krachtig maar wordt her en der wat te lang uitgemolken
- − Voor organisatiebrede verandering biedt het boek richting, geen dichtgetimmerd verandertraject
Vergelijkbare boeken
- : Slow Productivity, Cal Newport
- : Feel-Good Productivity, Ali Abdaal
- : The Power of Full Engagement, Jim Loehr & Tony Schwartz
- : Aandacht in een afleidingsmaatschappij, Mark Tigchelaar
- : Werkweek voor winnaars, Sven Steenman
Veelgestelde vragen
- Is dit boek geschikt voor iemand die al een burn-out heeft gehad?
- Voor preventie en het opnieuw opbouwen van energiepatronen is het boek zeer bruikbaar. Voor mensen die middenin een burn-out zitten of net terugkeren, is het geen vervanging voor professionele begeleiding. Combineer het in dat geval met een bedrijfsarts of psycholoog, gebruik het boek dan vooral voor de terugkeerfase.
- Hoe verhoudt dit boek zich tot Slow Productivity van Cal Newport?
- Newport pleit voor minder tegelijk doen, langere focuscycli en trage vakmanschap. Op den Kamp deelt die zorg, maar richt zich meer op de fysieke en mentale energiehuishouding zelf. Waar Newport zegt 'werk aan minder dingen', zegt Op den Kamp 'meet wat elk ding je kost'. De twee vullen elkaar goed aan.
- Werkt de lepel-metafoor ook in een team of alleen individueel?
- Beide, en dat is een van de sterkere bijdragen van het boek. Teams die het lepelvocabulaire gemeenschappelijk maken ("dit vergaderblok kost me drie lepels, kan het korter?") krijgen een taal om agenda-onderhandelingen zonder verwijten te voeren. Het depersonaliseert een gesprek dat anders al snel gevoelig wordt.
- Is dit relevant voor senior leidinggevenden of vooral voor jongere professionals?
- Beide, om verschillende redenen. Jongere professionals leren de vaardigheid vroeg aan en voorkomen jaren van uitputting. Senior leidinggevenden zetten met eigen gedrag de toon voor het hele team, en het boek besteedt expliciet aandacht aan die voorbeeldrol. Zelfs een terloopse opmerking als "ik doe even niks vanmiddag" verandert wat medewerkers zichzelf gunnen.
- Hoeveel tijd kost het om het boek te lezen?
- Ongeveer 224 pagina's, vlot geschreven, een lang weekend werk. Maar net als bij Van doel naar deal zit de waarde niet in het eenmalig lezen, maar in het toepassen: de meeste hoofdstukken sluiten af met een korte oefening of reflectie die je in maximaal tien minuten kunt doen.
- Kan ik dit gebruiken in een hybride werkomgeving?
- Ja, en dat is juist waar de lepel-taal glanst. Hybride werk maakt energie-management moeilijker omdat de klassieke signalen (samen naar de koffie lopen, iemands lichaamstaal in de gang) wegvallen. Expliciet praten in lepels geeft je die signalen terug via taal in plaats van via nabijheid.
Lees ook
Aandacht in een afleidingsmaatschappij
Stefan van der Stigchel
Stefan van der Stigchel, hoogleraar cognitieve psychologie in Utrecht, laat zien dat onze aandacht geen eigenschap is maar een schaars goed dat continu wordt opgeëist. Hij combineert recente onderzoeksinzichten met praktische principes voor wie als professional weer langere tijd geconcentreerd wil werken in een wereld vol notificaties, AI-assistenten en oneindige scroll.
Ook over productiviteit en persoonlijke ontwikkeling
Vergelijk Grip op je energie met Aandacht in een afleidingsmaatschappij
Feel-Good Productivity
Ali Abdaal
Feel-Good Productivity keert de gangbare productiviteitslogica om: niet discipline en doorbijten leveren duurzaam resultaat op, maar plezier, energie en betekenis. Abdaal vertaalt gedragswetenschappelijke inzichten naar een compact model met drie energizers (Play, Power, People) en drie blockers (Uncertainty, Fear, Inertia). Praktisch, direct toepasbaar en verrassend eerlijk over de grenzen van willpower.
Ook over productiviteit en persoonlijke ontwikkeling

Werkweek voor winnaars
Colin Cleeren
Werkweek voor winnaars is een compact en datagedreven handboek dat laat zien waarom dagelijkse routines vaak sneuvelen en hoe weekritmes wél blijven staan. Colin Cleeren, oprichter van VitalFacts, put uit tien jaar coaching en data van meer dan 10.000 professionals. De kern: ontwerp je week als een systeem in plaats van je dagen te bevechten, en organiseer beweging, aandacht, rust en herstel op vaste momenten voordat de agenda ze wegdrukt.
Ook over productiviteit en persoonlijke ontwikkeling
Slow Productivity
Cal Newport
Cal Newport, hoogleraar computer science en auteur van het invloedrijke 'Diep werk', levert met Slow Productivity zijn meest doordachte tegengeluid tegen de moderne kenniswerker-cultuur. Zijn stelling: de manier waarop wij vandaag productiviteit organiseren, met volle agenda's, voortdurende beschikbaarheid en zichtbare drukte als bewijs van waarde, levert niet alleen uitputting op, maar ook structureel slechtere resultaten. Aan de hand van historische voorbeelden, van Galileo tot Jane Austen, en eigen academisch werk, bouwt hij een alternatief op rond drie principes: doe minder, werk in een natuurlijk tempo, en obsedeer over kwaliteit.
Ook over productiviteit en persoonlijke ontwikkeling